Over Mart

L.S.

Mijn naam is Mart van der Sar...?... Ja, heel in de verte familie van..! Ik ben geboren in 1958 en sinds augustus 2008 zit ik in een rolstoel. Op vakantie in Frankrijk kreeg ik destijds een ongeluk als paraglider. Paragliden is een prachtige sport die ik twee jaar eerder had ontdekt. Ik was iemand die adrenaline nodig had in het leven. Een fanatieke skiër, een liefhebber van snelle auto's, Harley Davidson-rijder en ik sprong met een parachute  van de hoogste bergen. Als een adelaar zwevend, honderden soms duizenden meters boven de wereld. Tot die fatale achtste augustus. In de lucht, vlak bij de berghelling was ik op zoek naar thermiek. In zo'n bel met warme lucht kun je omhoog komen. Als in een honderden meters lange lift. Ik kwam in botsing met een andere vlieger. Hij raakte, met zijn benen mijn scherm. Dat sloeg dicht en ik ging als een baksteen naar beneden. Als zoiets hoog in de lucht gebeurd heeft het scherm ongeveer dertig meter nodig om zichzelf weer te herstellen. Ik vloog, op dat moment, op 'slechts' vijfentwintig meter van de berghelling. Dat is op zich niet zo'n enorme hoogte maar als je valt is het best wel hoog. Ik kwam met een zodanige harde klap neer dat twee van mijn rugwervels werden verbrijzeld. Tevens waren de meeste van mijn ribben gebroken en mijn longen gekneusd. Met een helikopter werd ik naar het ziekenhuis in Bordeaux gevlogen waar ik op de intensive-care terecht kwam. Mijn toestand was te kritiek om direct te opereren. Tien dagen moest ik wachten. Toen durfden de heren doktoren het aan...

Na een uren durende operatie was alles voor hen wel duidelijk. Voor mij duurde het nog maanden voordat ik de feitelijke gevolgen van mijn ongeluk te horen kreeg. Ik was kapot! Letterlijk en figuurlijk. Ik werd overgebracht naar het Sophia Revalidatie Centrum in Den Haag. “In het eerste half jaar kan het nog alle kanten op,” werd mij gezegd. Ik had een goede relatie met mijn fysiotherapeut en hij vertelde me op een “kwade” dag, dat ik er rekening mee moest houden dat het wel eens niet meer helemaal goed zou komen en dat ik een heel ander leven zou krijgen...

Een psychiater uit het Sophia heeft me wel eens verteld dat ieder mens vier pijlers heeft waar zijn of haar leven op rust. Gezondheid, relatie, werk en een thuis. Als één van die pijlers weg valt kunnen de andere drie de boel wel een poosje overeind houden. Ik was mijn gezondheid kwijt, mijn werk kon ik niet meer doen en ook mijn relatie was tegen iets dergelijks niet opgewassen. Mijn wereld zakte totaal onder mij vandaan.

“De grootste wond zit in je hoofd,” was één van de talloze clichés die ik te horen kreeg of “je moet het zelf doen maar je hoeft het niet alleen te doen.” Allemaal waar en goed bedoeld maar ik was de klos. Van een beer van een kerel, die leefde op adrenaline, de grootste motoren bereed en van bergen afsprong, die geld had als water en zo vrij was als een vogel, naar een afhankelijke invalide. Ik zag op dat moment maar één uitweg: zo snel mogelijk in een rolstoel zien te komen en dan naar het dak van een hoge flat...

Het feit dat het zo niet is gelopen is voor een groot deel te danken aan mijn ouders, mijn broer en zussen, mijn kinderen, familie en vrienden en aan de dokteren en therapeuten van het Sophia revalidatie centrum. De betrokkenheid, de warmte en de enorme professionele begeleiding die ik heb ontvangen zijn de redenen dat ik me heb kunnen herpakken. Ik ben dik een jaar intern in het revalidatiecentrum geweest en bijna twee jaar poliklinisch. Het heeft me meer dan drie jaar gekost om, dat wat me was overkomen enigszins een plek te geven. 

Momenteel gaat het weer goed met me. Ik heb het plezier in het leven terug gevonden en voel me gelukkig. Ik heb een goede relatie met mijn familie en ik heb veel 'echte' vrienden. Ik werk, ik rij auto en ik heb een geweldige vriendin. Ik sport veel, ik lees veel, schrijf een vaste column in een regionale krant en heb inmiddels drie boeken geschreven. In 2013 verscheen mijn eerste boek; 'Verhalen voor na de Maaltijd.’ In oktober 2014 kwam 'Verhalen voor bij de Boom' uit en in 2016 rolde ‘Verhalen voor aan de lijn’ van de pers. De opbrengst van alle boeken was bestemd voor diverse Westlandse goede doelen. Het schrijven helpt me. Ik probeer in al mijn schrijfwerk de humor te laten doorklinken. Humor heeft iets magisch. Het werkt altijd en overal. Het maakt bepaalde stofjes los waar ieder mens zich lekker bij voelt. 

Met de handbike ben ik in 2012 de Alpe d'Huez in Frankrijk op gefietst. Ik wilde die berg op als een symbolische afsluiting voor alle ellende die ik over me heen had gekregen. Ik wilde afsluiten en verder gaan! Ik zeg wel eens dat ik twee levens heb: één voor het ongeluk en één na het ongeluk. Twee totaal verschillende levens. Met allebei hoogte- en dieptepunten. Maar ook in mijn leven als rolstoeler heb ik mijn draai kunnen vinden. Het heeft me ontzettend veel moeite gekost om te komen waar ik nu ben. Maar ik ben er wel!

Zo af en toe heb ik nog wel een slechte dag maar dat hoort erbij. Het is tenslotte niet niks. Sinds mijn ongeluk heb ik veel nieuwe interesses gekregen en ik kan dingen makkelijker relativeren. Ik leef bewuster en geniet veel meer van al het mooie om me heen. Natuurlijk! Als ik morgen van mijn dwarslaesie af zou kunnen zou ik geen moment twijfelen maar ik moet ook eerlijk bekennen dat mijn verschrikkelijke ongeval mij ook mooie dingen heeft gebracht. Dingen die ik waarschijnlijk nooit zou hebben ontdekt. 

Mart van der Sar